Patellofemorale Instabiliteit

Instabiliteit wordt gewoonlijk geïdentificeerd door de geschiedenis, waarbij de patiënt ofwel dislocatie- of subluxatie-episodes rapporteert. Een subluxatie moet worden gedifferentieerd van “giving way”, omdat dit eenvoudigweg een reflexinhibitie kan zijn van de quadriceps die secundair is aan pijn. De richting van instabiliteit is meestal lateraal, met mediale instabiliteit bijna altijd secundair aan artrogene oorzaken. Bij palpatie kan het mediale retinaculum en distale patellapeesgevoeligheid of distale quadriceps-gevoeligheid worden opgewekt.

Het aantal episodes is belangrijk, omdat patiënten die voor het eerst een dislocatie (primaire dislocatie hebben en frequente subluxaties als eerste een conservatieve interventie moeten ondergaan of beperkte arthroscopische evaluatie voor gedocumenteerde osteochondrale laesies, terwijl terugkerende luxaties een indicatie is voor chirurgische interventie. Zodra instabiliteit en de richting ervan zijn vastgesteld, wordt de anatomische oorzaak van instabiliteit bepaald.

instabiliteit van de voorst-e of achterste kruisband kan leiden tot secundaire patellofemorale pijn door toegenomen patellofemorale druk en afwijkende belasting op het gewricht.

Klachten

Wordt soms alarmerend aangekondigd als een knieluxatie. De luxatie is in de regel bijna altijd naar lateraal en vaak reeds spontaan opgeheven. De maximale pijn en zwelling bevinden zich mediaal van de patella, waar het retinaculum gescheurd is.

Oorzaak

Patellofemorale Instabiliteit kan het gevolg zijn van:

  • Een kleine patella. Een kleinere patella vermindert de stabiliteit van de patella tijdens het sporen.
  • Een ondiepe patellaire groeve. De term dysplastische femorale trochlea impliceert een ondiepe intercondylaire sulcus, vooral aan de laterale rand, wat vaak bijdraagt tot instabiliteit, hoewel het ook gezien kan worden bij pijnlijke knieën zonder episodes van instabiliteit.
  • Een abnormale patella positie. De patella kan te ver proximaal of distaal ten opzichte van de trochlea liggen, aandoeningen noemen we respectievelijk patella altaen patella baja. Patella alta, als een afzonderlijke entiteit, draagt niet noodzakelijkerwijs bij tot pijn, maar kan zeker bijdragen aan laterale maltracking door ervoor te zorgen dat de patella laat tijdens de knie flexie in de patellaire groeve terecht komt. Patella baja komt zelden anders voor dan normale personen. Het wordt gezien bijachondroplastische dwergen, die zelden anterieure kniepijn hebben. En als een postoperatieve complicatie van knieoperaties. Verschillende radiografische methoden voor de diagnose van patella alta en baja zijn in de literatuur vermeld.
  • Een spierdisbalans tussen de Vastus Medialis Obliquus (VMO) en Vastus Lateralis (VL).
  • Gegeneraliseerde ligamenteuze laxiteit of complexe malalignment van de hele extremiteit (genu recurvatum).

Ongevalsmechanisme

Indirect inwerkend geweld met geforceerde flexie van de knie bij exorotatie van het onderbeen.

Diagnose

Lichamelijk onderzoek:

  • Knie in flexie met verende weerstand, prominerende mediale femurcondyl, de patella is naar lateraal gedislokeerd. Hemarthros.

Röntgenonderzoek:

  • Na repositie, zonder gips: opnames knie AP en lateraal. Geen axiale patella i.v.m. kans op hernieuwde luxatie. CAVE: osteochondraalfractuur.

Aanvullende diagnostiek:

  • Niet van toepassing.

Behandeling

  • Repositie na goede pijnstilling. De knie wordt gestrekt met lokale druk op de patella naar mediaal.
  • Bij een ernstig pijnlijke knie, als gevolg van een hemarthros, kan een ontlastende punctie overwogen worden.
  • Pijnstilling: pijnmedicatie zo nodig, cryotherapie
  • Oedeemtherapie: compressiebandage.

Conservatief:

  • Niet operatieve behandeling voorkeur bij primaire luxaties.

Operatief:

  • Bij osteochondraalfractuur van de laterale femurcondyl of patella.
  • Bij hypermobiliteit of chronische instabiliteit.

PIS score Patellofemorale instabiliteit

Bronvermelding:

  • Orthopaedic, Examination, Evaluation en Intervention, Mark Dutton, 2004. ISBN007144520x
  • Richtlijn Acute Primaire Patella Luxatie Spaarne Gasthuis, 30 april 2017, J. Heere, S. Portegies, dr. A. Van Noort, dr. M.V. Rademakers
Volg via email
Facebook
Facebook
Google+
Twitter
LinkedIn