In het vorige blog kwam naar voren dat binnen return to sport (RTS) beslissingen na een voorste kruisband reconstructie (VKBR) nog te weinig gebruik wordt gemaakt van objectieve patiënt data. Ook kwam hierin naar voren dat de functionaliteit van de knie van invloed is of iemand wel of niet succesvol terugkeert naar de sport. Het blijkt namelijk dat patiënten die beter scoren op functionele testen meer kans hebben op een succesvolle terugkeer naar het preoperatief niveau van sporten in vergelijking met patiënten die minder scoren op functionele testen [1, 2, 3]. In dit blog ga ik wat verder in op functionaliteitstesten die gebruikt kunnen worden in RTS beslissingen na een VKBR.

Hop \testen

Een betrouwbare en valide test die gebruikt kan worden voor RTS beslissingen na een VKBR is een hoptest. Deze test is eenvoudig uit te voeren, je hebt er geen ingewikkelde apparatuur voor nodig en het is eenvoudig te herhalen over de tijd (om bijvoorbeeld progressie te meten). Een hoptest bestaat uit een sprong op één been, waarbij het de bedoeling is dat de patiënt zo ver mogelijk springt. De hoptest is een populaire en veelgebruikte test, aangezien de test een combinatie van kracht, neuromusculaire controle en vertrouwen in de knie meet [4]. Tevens test je met een hoptest of de patiënt kan omgaan met sport specifieke load op de knie [4]. Ook kunnen door middel van hophoptesttesten verschillen in kaart worden gebracht tussen het aangedane been en het niet-aangedane been. De meest gebruikte hoptest is de single leg hoptest (Figuur 1).

Figuur 1: voorbeeld van een single leg hoptest.

Andere veelgebruikte hoptesten zijn de 6-timed hoptest, de triple leg hoptest, de cross over hoptest en de side hoptest [5] (Figuur 2). Vooral de side hoptest is interessant, aangezien deze ook neuromusculaire controle onder vermoeidheid test. De side hoptest bestaat namelijk uit een éénbenige hoptest waarbij de patiënt gedurende 30 seconden over een afstand van 40 cm springt [6]. 

Figuur 2: schematische weergaven van 4 verschillende hoptesten. 
A=single leg hoptest: één maximale sprong op één been, rechtdoor.
B=6-min timed hoptest: zo snel mogelijk op één been 6 meter overbruggen.
C=triple leg hoptest: drie maximale sprongen op één been, rechtdoor.
D=cross over hoptest: drie maximale sprongen, steeds schuin over de lijn. 

Limb symmetry index (LSI) en normwaarden

Een veelgebruikte maat voor het analyseren van hoptesten is de limb symmetry index (LSI). Voor de berekening van de LSI waarde, wordt de score van het niet-geopereerde been als referentie gebruikt voor de score van het geopereerde been. Een veelgebruikte cutt-off waarde voor RTS is een LSI van >90% [6] wat inhoudt dat de gesprongen afstand in het aangedane been minimaal 90% moet zijn van de gesprongen afstand van het niet-aangedane been. 

Hoewel de LSI >90% een veelgebruikte methode is voor het analyseren van hoptesten, is er steeds meer bewijs dat alleen kijken naar de LSI een vertroebeld beeld kan geven van de status van de patiënt. Het blijkt namelijk dat het niet-aangedane been ook aangedaan kan zijn door de VKBR (door bijvoorbeeld de periode van inactiviteit na de VKBR) waardoor het niet-aangedane been geen goede referentie is voor het aangedane been [7]. Op die manier kan de LSI waarde de prestatie van de patiënt overschatten.

Een recent onderzoek laat zien dat patiënten die terugkeren naar de sport geen verschillen laten zien in LSI waarden voor hoptesten in vergelijking met patiënten die niet terugkeren naar de sport maar dat patiënten die terugkeren naar de sport grotere absolute scores laten zien in zowel het aangedane been als het niet-aangedane been [8]. Met andere woorden, patiënten die terugkeren naar de sport springen verder met zowel het aangedane been als het niet-aangedane been. Alleen kijken naar de LSI kan dus een vertroebeld beeld geven!

Een alternatief voor het gebruik van de LSI waarde, is het kijken naar (absolute) normwaarden. In de studie van Gokeler et al. [9] is patiënten data (ongeveer 7 maanden na de VKBR) van 3 hoptesten vergeleken met normwaarden (Tabel 1). Hierin blijkt dat LSI waarden voor de 3 hoptesten van de patiënten allemaal >90% waren, maar dat er voor zowel mannen als vrouwen een fors absoluut verschil was in scores wanneer deze scores vergeleken werden met normwaarden (Tabel 1). Deze resultaten laten zien dat het gebruik van LSI alleen geen adequate methode voor RTS. Een kritische noot: natuurlijk zijn er ook verschillen in homogeniteit tussen de groepen (patiënten groep vs. controle groep) die invloed hebben op de testresultaten. 

MannenAangedane beenNiet-aangedane beenLSINorm
Single leg hoptest156.5 cm164.0 cm95.4192 cm
Triple leg hoptest506.3 cm527.9 cm95.9632 cm
Side hoptest50.4 keer54.0 keer93.355 keer
     
VrouwenAangedane beenNiet-aangedane beenLSINorm
Single leg hoptest131.3 cm136.0 cm96.5149 cm
Triple leg hoptest426.5 cm439.2 cm95.9470 cm
Side hoptest39.6 keer41.9 keer94.541 keer

Tabel 1. Data vanuit de studie Gokeler et al. 2017 [9]. De normwaardes komen uit de studies van Myer et al. 2014 [10] en Gustavsson et al. 2006 [5]. 

Conclusie

Hoptesten zijn betrouwbare, gemakkelijk uitvoerbare functionele testen die men kan gebruiken in de beslissing om patiënten terug te laten keren naar de sport na een VKBR. LSI >90% wordt veel gebruikt als criteria voor RTS. Let echter goed op met het gebruik van alleen de LSI waarden, aangezien het niet-aangedane been niet altijd een goede referentie is voor het aangedane been waardoor er een vertroebeld beeld kan optreden. Als alternatief voor de LSI waarden wordt het gebruik van normwaarden geadviseerd.

Referenties

[1] Novaretti JV, Franciozi CE, Forgas A, Sasaki PH, Ingham SJM, Abdalla RJ. Quadriceps Strength Deficit at 6 Months After ACL Reconstruction Does Not Predict Return to Preinjury Sports Level. Sports Health 2018;10(3):266-271.

[2] Ardern CL, Webster KE, Taylor NF, Feller JA. Return to the preinjury level of competitive sport after anterior cruciate ligament reconstruction surgery: two-thirds of patients have not returned by 12 months after surgery. Am J Sports Med 2011;39(3):538-543.

[3] Lentz TA, Zeppieri G,Jr, Tillman SM, Indelicato PA, Moser MW, George SZ, et al. Return to preinjury sports participation following anterior cruciate ligament reconstruction: contributions of demographic, knee impairment, and self-report measures. J Orthop Sports Phys Ther 2012;42(11):893-901.

[4] Reid A, Birmingham TB, Stratford PW, et al. Hoptesting provides a reliable andvalid outcome measure during rehabilitation after anterior cruciate ligamentreconstruction. Phys Ther 2007;87:337–49.

[5] Gustavsson A, Neeter C, Thomee P, et al. A test battery for evaluating hop per-formance in patients with an ACL injury and patients who have undergone ACLreconstruction. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc 2006;14:778–88.

[6] Gokeler A, Welling W, Zaffagnini S, Seil R, Padua D. Development of a test battery to enhance safe return to sports after anterior cruciate ligament reconstruction. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc 2017;25(1):192-199.

[7] Ferber R, Osternig LR, Woollacott MH, et al. Bilateral accommodations to ante-rior cruciate ligament deficiency and surgery. Clin Biomech (Bristol, Avon)2004;19:136–44.

[8] Ithurburn MP, Longfellow MA, Thomas S, Paterno MV, Schmitt LC. Knee Function, Strength, and Resumption of Preinjury Sports Participation in Young Athletes Following Anterior Cruciate Ligament Reconstruction. J Orthop Sports Phys Ther 2019 Mar;49(3):145-153. 

[9] Gokeler A, Welling W, Benjaminse A, Lemmink K, Seil R, Zaffagnini S. A critical analysis of limb symmetry indices of hoptests in athletes after anterior cruciate ligament reconstruction: A case control study. Orthop Traumatol Surg Res 2017;103(6):947-951.

[10] Myers BA, Jenkins WL, Killian C, et al. Normative data for hoptests in highschool and collegiate basketball and soccer players. Int J Sports Phys Ther2014;9:596–603.

Mijn naam is Wouter Welling en ik ben werkzaam als bewegingswetenschapper bij MCZ in Groningen; een praktijk die de medische begeleiding verzorgt voor alle topsport in Groningen (FC Groningen, Donar basketbal, Lycurgus volleybal). Tot mijn takenpakket behoren onder andere het ontwikkelen van objectieve testbatterijen, het afnemen van blessure preventie metingen en het monitoren van de training load.

Na het afronden van mijn master ben ik doorgegaan met het onderzoek naar VKB blessures. Het promotieonderzoek waar wij nu aan werken richt zich op ‘Return to sport decisions’ na een voorste kruisband reconstructie. Hierbij proberen we praktische en relatief makkelijke uitvoerbare meetmethoden te combineren, die voor elke therapeut uit te voeren en die ondersteunend zijn in de ‘Return to sport decisions’.

Het mooie van de combinatie tussen mijn praktijkwerkzaamheden en de rol als onderzoeker bij de Rijksuniversiteit Groningen, is dat we op deze manier het onderzoek direct kunnen implementeren in de praktijk. Hierdoor kunnen we direct gebruik maken van de meest recente wetenschappelijke inzichten in de patiëntenzorg. Ik ga dan ook met veel plezier een maandelijkse blog bij the Knee community voor jullie schrijven!!

Volg via email
Facebook
Facebook
Twitter
LinkedIn